Samen leven Jan Evertsenstraat

Gepost op 4 februari 2017 | door Jan Eef

0

De grote sprong voorwaarts

Ik Geef om de Jan Eef bestaat nu zes jaar. De sfeer en de reputatie van het winkelgebied zijn beter dan in 2010. Toch is er meer leegstand en lijkt een écht structurele verbetering van het winkelaanbod op zich te laten wachten. Waar blijft de grote sprong voorwaarts?

We vragen Jeroen Jonkers, stadmaker en mede-oprichter van Ik Geef om de Jan Eef, om uitleg. ‘In de eerste jaren van Geef om de Jan Eef was het ook voor de gemeente duidelijk dat er echt iets moest gebeuren hier in de buurt. We kregen voldoende subsidie en vulden dat zelf aan tot een vier keer zo hoog bedrag. Dit deden we met commerciële activiteiten, fondsenwerving, aanvullende opdrachten bij de gemeente en simpelweg omdat onze medewerkers een derde van hun normale tarief factureren. In die tijd hadden we een team van 30 mensen en deden we 20 projecten per jaar’.

Jan Eef Makelpunt

‘Sinds het beter gaat met de buurt is de aandacht van de gemeente verschoven naar andere zaken. Niet onlogisch, maar hierdoor krijgen we minder subsidie waardoor we veel minder kunnen doen. Dit jaar werken we met nog maar acht mensen en doen we vier projecten. Dat zijn de Freezone, de Mercatormarkt, de papieren krant en de online communicatie. Het is niet erg om minder projecten te doen en om daar scherpe keuzes in te maken. Het is wel erg dat de leegstand toeneemt en dat we blijkbaar niet zichtbaar kunnen maken hoeveel sociaal kapitaal wij toevoegen en dat dat verloren gaat als er niet voldoende geïnvesteerd wordt in de buurt. Een van de projecten die gesneuveld is, is het Jan Eef Makelpunt. Het Makelpunt bemiddelde tussen pandeigenaren en ondernemers waardoor we invloed uitoefenden op het winkelaanbod. Zo zijn onder andere T’S, Katten café Kopjes, Het Massagehuys en TOON hier terecht gekomen’.

Leegstand belasting
‘Buurtbewoners hebben vaak andere prioriteiten dan vastgoedeigenaren en makelaars. Leegstand is slecht voor de wijk, maar niet altijd direct schadelijk voor de pandeigenaren. Die streven er bijvoorbeeld naar om woningen te maken van winkels, dat levert op korte termijn meer op. Sommigen hebben ook geen haast met het verhuren omdat ze het geld niet nodig hebben. Of ze verhuren het aan winkeliers die op zichzelf prima zijn, maar wel al grote concurrentie in de buurt hebben, zoals kappers. Dan gaat die ondernemer onderuit omdat er te veel concurrentie is of bestaande kappers redden het niet meer. Dit kan je ondervangen door te onderzoeken welke concepten hun verzadigingspunt hebben bereikt in een buurt. Wie woont hier en wat kopen ze? Daarmee voorkom je een eenzijdig aanbod, faillissementen en het gevolg daarvan: leegstand. Ik ben dan ook voor progressieve leegstandbelasting, waarbij de eigenaar meer belasting betaalt hoe langer het leeg staat.’  

De economie regelt zichzelf
‘Bij de gemeente is het beeld ontstaan dat het niet nodig meer is om geld te investeren winkelgebieden. Die moeten zelf voor veiligheid en verbondenheid zorgen. Maar winkeliers hebben het druk met hun eigen zaak en vastgoedeigenaren zitten vaak op afstand, ze wonen zelf niet in de buurt en werken met grote makelaarskantoren die ook weinig voeling hebben met het gebied. Ze weten niet wat er speelt en wat de straat nodig heeft aan winkelaanbod. Wij hebben inmiddels een goed netwerk en een goede reputatie om hierin van nut te zijn. Voor het Makelpunt is geen geld meer maar met de Jan Eef Buurt Coöperatie (JEBC) hopen we nu invloed uit te oefenen op het aanbod. De Buurt Coöperatie koopt een pand in de straat en verhuurt dat aan een zelfgekozen ondernemer. Dat begint alleen heel klein, met misschien één pand. Je wilt eigenlijk beginnen met tien panden om die echte sprong voorwaarts te kunnen maken maar dat vraagt om een enorm werkkapitaal’.

Team Jan Eef
‘Het Jan Eef team bestaat uit professionals die in de buurt wonen. Wat mensen zich misschien niet realiseren is dat ons team voor een derde van haar normale tarief werkt en dat ze zich daarnaast ook nog vele uren vrijwillig inzet voor de Jan Eef. Dat doen deze mensen omdat ze hart hebben voor de buurt en er zelf ook van profiteren als het hier fijn wonen is. Maar er zit wel een grens aan hun vermogen om voor steeds minder geld hun werk te doen. Dit model is gebaseerd op langzame voortgang. Het is logisch dat het lang duurt om in de haarvaten van een buurt door te dringen. Maar om professionals aan ons te binden moeten we ze wel iets kunnen uitbetalen. Het is moeilijk om voor die lange termijn financiering te krijgen. De vraag is: mag sociaal kapitaal geld kosten of niet? Het stadsdeel doet haar best maar investeert vooral in plaatsen waar het acuut mis is. Maar wij bouwen langzaam aan een ‘urban village’, we kennen elkaars verhalen en zorgen. Dat levert een warmere buurt op waar je je makkelijk aan hecht. Dat is goud waard voor bewoners en voor de gemeente’.

Samen voor een betere buurt
Jeroen zet na zes jaar een stapje terug in de organisatie en draagt de dagelijkse leiding over aan Geja Roosjen. Jeroen zal zich meer bezighouden met de Jan Eef Buurt coöperatie en blijft werken als ambassadeur van Ik Geef om de Jan Eef. Met name om het belang van de Jan Eef werkwijze te promoten waarbij professionals zich inzetten voor hun buurt en bewoners en ondernemers samenwerken. Dit is nog steeds hard nodig. Jeroen: ‘We redden het niet meer met het model dat we tot nu toe hebben gehandhaafd, waarbij professionals uit de buurt de kar trekken. We hebben opnieuw buurtbewoners nodig die zich net als in die eerste jaren vrijwillig willen inzetten. We doen ook een beroep op de politiek om dit soort collectieven te blijven ondersteunen. Het is toch ideaal wanneer buurtbewoners en ondernemers samen zorgen voor een betere en veilige buurt?’

We hebben je nodig!
Wil je je ook inzetten voor Ik Geef om de Jan Eef? Mail naar geja@janeef.nl, dan kijken we samen naar de mogelijkheden.

Tags: ,




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar boven ↑
  • Buurtagenda

    no event


  • Tweets van Jan Eef