Column

Gepost op 29 januari 2013 | door Jan Eef

Dirk – Column Elle van Liesvelt

Met mijn sjaal, muts en handschoenen aan sta ik op de enige plek waar het deze winter koud is. Aaibare imitatiebontjassen en Uggs of ander met bont omringd schoeisel zijn hier op hun plaats. In Dirk z’n winterwonderland is alles koud, zacht en zoet. Frambozenvla, hopjesvla, kwark met walnoten en honing. Alle toetjes zijn verzameld in een levensgrote koelcel.

Om te voorkomen dat iemand in botsing komt met het glas dat de ruimte omkadert, zijn er zachte schuimrubber stootbumpers geplaatst. Handig voor de mevrouw die met haar gehandicaptenmobiel naar binnen zoeft. Terwijl ze haar voertuig in de achteruit zet, voegt ze in één beweging griesmeelpudding toe aan de inhoud van haar zwarte stalen mand. Lekker, denk ik. Ik zie voor me hoe mijn moeder de dampende schaal op tafel zette, om even later te zeggen: “De rest is voor morgen, dan eten we de pudding koud.” Slagroom, chipolatapudding, wolkentoetjes aardbei: een hemels aardbeientoetje op een heerlijk laagje fruit. Handschoenen uit, mijn handen zijn klaar om te grijpen. In mijn rode mand met wieltjes staan al drie pakken. De sjaal gaat los: ik krijg het warm. Mijn hoofd heeft zojuist een snelle calculatie gemaakt van het aantal calorieën. Haastig ga ik verder met mijn zoektocht naar de winter.

Buiten de koelcel zie ik een paar verdwaalde sneeuwlaarzen. Ze liggen in de vakken met koopjes, boven op naar kaneel geurende wintersfeerlichten – ook wel waxinelichtjes genoemd. In de hoek ontdek ik een lading keurig opgestapeld antivriesmiddel. Erboven torent een bord met de tekst: Actie! Can 5 liter 2,99. Het lijkt alsof ook de schrijver van deze aanbiedingstekst ‘Yes you can!’ tegen de winter wilde zeggen. Morgen is deze stapel nog even hoog, is mijn vermoeden. Een horrorwinter zouden we krijgen. Vanaf oktober 2011 zou het koud zijn. Maar wateroverlast en te warme temperaturen zijn een feit. De winter blijft uit, en hoewel hij nog tot 21 maart duurt, wordt de kans op een echte winter met de dag kleiner.

In mijn handen heb ik het boek Vurige Vikingprinses. De koopjeshoek heeft namelijk ook een boekenafdeling. Niet met bestsellers, zoals bij de supermarkt met het blauwe logo, maar met een eigen assortiment. De lichtvoetige historische roman in mijn handen wordt aangeprezen met de zinsnede: ‘Als het hem lukt haar vader te genezen, zal Tyra een nacht naakt in zijn bed doorbrengen.’ Een Surinaamse lacht naar mij. ‘Zou ik best willen. Heb je gezien hoe goed die man op de voorkant eruitziet?’ Ik draai het boek om. Op de cover ligt een vrouw prinsheerlijk in de armen van een spierbundel. Ik lach.

‘Weet jij waar hier de hagelslag ligt?’ vraagt een man die denkt dat mijn glimlach voor hem bedoeld is. Samen met hem buig ik me over het hagelslagvak. Ze hebben hier hagelslag in een zakje voor 49 cent. Maar hij kiest voor sneeuwwitte gestampte muisjes. ‘Met jou zou ik wel eens een beschuitje willen eten,’ zegt hij terwijl hij me aankijkt. ‘Werk je hier?’ Ik trek een winkeljongen aan zijn keurig gestreepte giletje mijn kant op en zeg: ‘Deze meneer is op zoek,’ en loop verder. Het wordt mij nu echt te warm.

Tekst: Kersverse buurtbewoner Elle van Liesvelt schrijft maandelijks over boodschappen doen op de Jan Eef. Deze column verscheen eerder in het online magazine van Geef om de Jan Eef.

Tags: , ,




Terug naar boven ↑
  • Buurtagenda

    no event


  • Tweets van Jan Eef