De wilde haren van de kapper
Deborah Simon & Anouk van Doornen
Het is zomaar een donderdagochtend en we stappen bij kapper Jurjen op de Jan Evertsenstraat 23 naar binnen. Zoals altijd staat er een pronkende Harley voor het raam. Bij de ingang houdt een houten cowboy de wacht. Eenmaal binnen ben je in een andere wereld. Oude droogkappen, en een zwart, old fashioned eau de cologne-flesje dat dienst doet als haar-nathouder. Er hangen Indianentooien aan de muur. Er mist nog een saloondeur.

‘Ik val op dames, en ik hou van leuke haarmodelletjes, niet zo rechttoe rechtaan, weet je wel.’ Jurjen knipt in een Harley Davidsonshirt, bijbehorend leren vestje met een adelaar achterop, en dikke gouden kettingen. Vergeet de grijze baard niet. Toch heeft hij zachte ogen. Het is rustig in de zaak. Als wij binnenkomen knipt hij Gonnie, nu zijn enige collega. Later zal hij vertellen dat hij van vijftien man personeel komt. Op de muur pronken schilderen van ge-airbrushte Huskeyhonden. En om het af te maken hangt er een pinup-barbershopmeisje aan de muur.
’Tegen Amsterdammers kan je nog eens ‘eikel’ zeggen’
In het pand heeft altijd een kapper gezeten. Jurjen zit hier nu 22 jaar. Hij is geboren in de Pijp en opgegroeid in West: Jurjen woont inmiddels in Hoorn, maar beschouwt zichzelf als echte Amsterdammer. Hij komt uit een arbeidersgezin. Zijn vader zat bij de telefoondienst, zijn moeder zorgde voor het gezin. Zijn ene broer is ingenieur –‘mijn broer kan bruggen helemaal afkeuren, dat is wel grappig’- en zijn andere broer werkt in een garage. Zijn dochter is advocate.
We vragen hem naar de buurt, naar de sfeer, naar het kappersvak, terwijl hij het haar bijknipt van één van ons twee. Vroeger had Jurjen lang haar. Met golf erin, zoals hij zelf vol trots zegt. Hij vertelt over het verschil tussen Amsterdammers en Haarlemmers. Want in Haarlem heeft hij ook een kapperszaak gehad. ’Tegen Amsterdammers kan je nog eens ‘eikel’ zeggen, Haarlemmers zijn muggen. Die steken, weet je wel. Die hebben geen humor.’’
‘’Op school mocht je dat niet doen, met zo’n schaar knippen, dat leerde je niet op school. Je leert niets op school, eigenlijk.”
De parkeermeters die hier een paar jaar geleden geplaatst zijn hebben hem veel klanten gekost. Ook is de huur omhoog gegaan, en ‘de sfeer was vroeger beter’. Hij heeft niet zoveel met de nieuwe winkeltjes in de Jan Evertsenstaat, noch met nieuwe initiatieven. En hij wil de traditionele Kerstverlichting terug. Er moeten weer een echte slager komen. En dat geldt ook voor de bakker. Hij winkelt niet in de buurt, maar zijn vrouw gaat soms naar de nieuwe Albert Heijn, pal tegenover zijn winkel.

Maar vraag je hem over zijn airbrush schilderijen, dan gaan zijn ogen twinkelen. ‘Er bestaan geen echte kleuren, de kleuren ontstaan door lagen over elkaar heen te spuiten.’ Hij is er soms dagen mee bezig, met één schilderij. Hij maakt niet alleen Huskeys, en niet alleen Huskeys in schilderijvorm. Hij airbrusht ook de kappen van motoren.
‘’Je dooie puntjes zijn gewoon een kerkhof! Zag je die kruisjes niet, die er hingen?’’
Zo zorgvuldig als hij zijn schilderijen creëert, zo zorgvuldig gaat hij ook met haar om. Hij vertelt ons over een effileerschaar. Hij knipt ouderwets, met kam en schaar. Voorzichtig en precies. En hij neemt ruim de tijd. ‘’Op school mocht je dat niet doen, met zo’n schaar knippen, dat leerde je niet op school. Je leert niets op school, eigenlijk. Minutieus knipt hij anderhalf uur lang door. Hij geeft tips over haaronderhoud. En hij vertelt dat alleen de onderkant van je haar afknippen natuurlijk niet echt dode puntjes wegknippen is.
Na twee uur lang in de wereld van Jurjen rond te hebben gekeken staan we vol indrukken weer buiten.‘’Ik hanteer twee tarieven: 25 euro voor halflang haar, en 26 euro voor lang haar. Dat wordt dan 26 euro!’’
Een advies van ondergetekenden: ga eens langs, een bakkie doen bij Jurjen!

